First Petroleum Site of Antwerp - Bob Milis

Deze foto's zijn een compilatie genomen op en rond Petroleum Zuid te Hoboken, en dit van 2009 tot heden. Veel van de gebouwen en constructies zijn deels of reeds volledig geruimd. Het weinige dat nog rest zal mogelijks ook niet lang meer overleven.

Op vier bedrijven na, zijn anno 2010 alle petroleummaatschappijen verhuisd. De laatste concessies lopen af in 2035. In 2011 kreeg Petroleum Zuid een nieuwe naam, die de toekomstige herbestemming van het terrein moet voorbereiden: Blue Gate Antwerp.

Petroleum Zuid

Petroleum Zuid is een grote site ten zuiden van de binnenstad van Antwerpen, tussen het Zuid en Hoboken. De site werd in de eerste jaren van de 20ste eeuw ingericht als terrein voor de toen zeer bloeiende petroleumindustrie. Petroleum Zuid wordt gekenmerkt door een industrieel, aan de haven gelikt karakter met een aantal bouwkundige en industrieel-archeologische relicten die een zeer uniek karakter hebben. Petroleum Zuid is de oudste petroleumhaven van België en speelt in de eerste helft van de 20ste eeuw een toonaangevende rol in Europa wat petroleumindustrie betreft. De constructies die op de site bewaard zijn geven samen een beeld van het proces van overslag en opslag van petroleum en aanverwante producten waarop Petroleum Zuid zich concentreerde.

1861

In 1861 werden de eerste veertig vaten petroleum naar Antwerpen verscheept door de Amerikaan A.W. Crawford, die consul van de Verenigde Staten was in Antwerpen. Twee jaar later was Antwerpen de grootste petroleuminvoerder in Europa.

De eerste petroleumopslagplaatsen bevonden zich verspreid in de stad. Omdat de opslag van petroleum zeer veel brandgevaar met zich meebracht, werden deze activiteiten gereglementeerd en buiten de stadsgrenzen geconcentreerd. Er werd gekozen voor het Amerikadok. Een grote brand in 1889 deed de stad beslissen om de petroleuminstellingen nog verder van de stad af in te planten. Ook een aantal technologische veranderingen in de petroleuminvoer noopten een nieuwe locatie met moderne infrastructuur zoals een jettypier.

1896

In 1896 lanceerde Schepen Van Nest de idee de Hobokense polder te onteigenen voor de nieuwe petroleuminstellingen. In 1898 werd het idee doorgevoerd. Een overeenkomst tussen de stad en de staat verdeelde de investeringslast zo dat, de staat voor de ontsluiting via het spoor zou zorgen, de stad zou hiervoor kosteloos gronden ter beschikking stellen. De bouw van alle andere installaties en het innen van de opbrengsten van de concessies was de verantwoordelijkheid van de stad.

1900

In 1900 werd een tongvormig terrein van 54 hectaren poldergrond op het Kiel onteigend. Het terrein moest anderhalve meter worden opgehoogd en een aantal grachten en beken werden rechtgetrokken. Om de uitbating van dit gebied als haven mogelijk te maken, werden de Scheldkaaien in zuidelijke richting met twee kilometer verlengd, een project dat liep van 1897 tot 1903. Deze nieuwe d'Herbouvillekaai werd de hoofdweg naar en door het nieuwe havengebied. Al in 1902 was de jettypier afgewerkt, die de overslag van petroleum van de tankers naar de bedrijven moest mogelijk maken. De petroleum werd vanaf deze pier met leidingen naar de opslagplaatsen van de verschillende bedrijven gepompt. Het verdere vervoer van de producten naar het binnenland werd georganiseerd door het nabijgelegen goederenstation, gebouwd in 1901 aan de Ledeganckkaai, ten noordoosten van Petroleum Zuid. Achter dit station lag een groot gebied van de spoorwegen, met een indrukwekkende sporenbundel voor goederenverkeer, aansluitend op de lijn Boom-Antwerpen.

1904

In 1904 legde men een tramlijn aan die de binnenstad met de petroleumhaven verbond.

Vanaf 1900 begint men met de herverkaveling van het gebied in grote, rechthoekige loten. Elk lot zou in concessie gegeven worden aan petroleumbedrijven, die zelf voor de inrichting van hun kavel moeten instaan. De eerste loten die worden afgebakend en uitgebaat zijn het lot A aan de petroleumpier en de loten I tot VI, ten zuiden van de Lakweg. Het zijn erg lange, smalle kavels die van elkaar afgescheiden zijn door verharde wegen waarlangs ook de spoorlijnen lopen. Vrij snel zijn deze kavels voorzien van volledige petroleuminstallaties.

Een grote brand op 6 augustus 1904 verwoest de meeste infrastructuur. Een aantal gebouwen uit 1902-1904 op de loten I en A overleven de brand, wat hen historisch een bijzondere waarde geeft bovenop hun bouwtechnische waarde. Na de brand werden de terreinen op hoog tempo opnieuw ingericht; tegen 1910 is alles volgebouwd en kijkt men uit naar nieuwe terreinen.

1914

In 1914 startte de voorbereiding van de nieuwe terreinen, een project dat door de Eerste Wereldoorlog wordt stilgelegd. De geplande nieuwe loten, die nog opgehoogd moesten worden, lagen tussen de bestaande loten I tot VI en de Schelde en worden van VII tot XI genummerd. Meteen na het einde van de oorlog werden de kavels afgewerkt en in concessie gegeven. Loten IX en XI, met installaties uit het interbellum, bewaren interessant industrieel erfgoed dat getuigd van deze fase in de ontwikkelingsgeschiedenis.

In de jaren twintig worden de loten XII tot en met XVI aangelegd, ten zuiden van en in het verlengde van de loten I tot VI. Van deze bedrijven zijn alle gebouwen inmiddels geruimd.

1934

Het succes van de petroleumindustrie bleef toenemen tijdens het interbellum. In 1934 werd een houten aanlegsteiger gebouwd om de bestaande petroleumpier te ontlasten. In hetzelfde jaar werden nieuwe gronden van de Hobokense polder toegevoegd aan het bedrijventerrein voor de inrichting van een raffinaderij, een activiteit die toen nieuw was voor de Antwerpse haven. Het nieuw lot D werd volledig voor raffinaderij ingericht, een activiteit waarvan anno 2011 geen enkel bouwkundig relict meer overschiet.

Toen de straten op Petroleum Zuid in 1939 een naam kregen, verwees men naar de producten van dit proces, bijvoorbeeld Lysolweg, Mazoetweg en Naftaweg.

Aanvankelijk werd de olie via ondergrondse leidingen naar de bedrijven gepompt. Maar al snel ontstonden er lekken waardoor heel wat olie in de bodem liep en het terrein zwaar vervuild raakte. Na lange discussies werden de lekkende ondergrondse leidingen in de periode 1937-1939 grotendeels vervangen door hun bovengrondse tegenhangers.

De Tweede Wereldoorlog bracht een negatieve kentering voor Petroleum Zuid. Het terrein zou de zware vernielingen niet helemaal te boven komen. Eind jaren veertig werd het Marshalldok aangelegd en twee jaar later de Kruisschanssluis. Van dan verplaatste de petroleumindustrie zich dan ook naar de noordelijke haven, rond het nieuwe Marshalldok. Op vier bedrijven na, zijn anno 2010 alle petroleummaatschappijen verhuisd. De laatste concessies lopen af in 2035. 

2001

In 2001 ontstonden de eerste ideeën voor een herontwikkeling van Petroleum Zuid met steun van het Europese Urban II-programma en de Vlaamse overheid. In 2006 kreeg het project een nieuwe stimulans via een interventieovereenkomst tussen Stad Antwerpen en Vlaanderen.

In 2009 volgde een politiek akkoord tussen Stad Antwerpen en de Vlaamse regering. In dat zelfde jaar keurde de Vlaamse regering de brownfieldconvenant "Investeringszone Petroleum Zuid" goed.

Midden 2010 werd opdracht gegeven om een Masterplan Petroleum Zuid op te stellen.

Op 23 maart 2011 veranderde de Investeringszone Petroleum Zuid van naam. De nieuwe naam Blue Gate Antwerp, moet het eco-effectieve, internationale en toekomstgerichte karakter van de site beklemtonen.


Zie ook www.bluegateantwerp.eu